HOME > JAARPROGRAMMA > SEIZOEN 2020-2021 > TOAST LITERAIR > Uw favoriete gedichten 

INGEZONDEN GEDICHTEN TOAST LITERAIR 2021

Uw favoriete gedichten

Dit zijn de gedichten die u ons toestuurde, poëzie die u om een of andere reden raakte, woorden om in te wonen. Dank u om het te doen! We lijsten ze graag op. De inzenders maken kans op een stapel boeken, we loten iemand uit. We houden u op de hoogte. 

Erik Vanderreyssen 

Sonnet 138

 

Als ik mijn liefste hoor zweren dat ze oprecht is,

geloof ik haar, ook al weet ik dat ze liegt. 

Ze ziet me als een naïeve jongeling

die van de cynische wereld geen weet heeft. 

 

Het streelt mijn ijdelheid dat ze me jong vindt,

ook al zijn mijn beste jaren lang voorbij. 

Ik doe alsof ik haar fabeltjes geloof:

Zo negeren we beiden de eenvoudige waarheid. 

 

Maar waarom zegt zij niet gewoon waar het op staat? 

En waarom geef ik niet toe dat ik oud ben? 

Ach, liefde wordt bedekt met de mantel van vertrouwen

 

en oude geliefden moeten hun leeftijd niet vertellen:

Zo liggen en liegen we verder samen

en dankzij onze fouten leven we tevreden voort.

 

William Shakespeare in vertaling 

Lea Van der Meiren 
Voor mijn uitverkoren gedicht koos ik voor het gedicht Cortewalle van Anton Van Wilderode dat op de poëziemuur in het park prijkt.

Cortewalle 

 

De eerste blaren van september vallen

in het verwilderd park van Cortewalle. 

Vergiftigd kopergroen vreet in het brons.

De kalken lovertjes van de guirlandes

zijgen geruisloos uit de sierplafonds. 

 

Het clavecimbel van de wind, de regen

als een piano regelmatig tegen 

de ruiten zonder hartstocht of gerucht. 

De deuren op een dunne kier bewegen

soms even in een onderstroom van lucht. 

 

Het water aan de kelders tekent halen 

van halve cirkels, krullen en spiralen.

De vis die naar de oppervlakte schiet

achter een snoer van borrelende kralen 

veegt het kasteel uit maar hij ziet het niet. 

 

Anton Van Wilderode

 

Maria Van Leugenhaege

Hier mijn favoriete gedicht:

Mijn credo:

Ik heb nooit
 
 
k heb nooit iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst
 
ondertussen beet de kou mij
was de zon een dag vol wespen
was het brood zout of zoet
en de nacht zwart naar behoren
of wit van onwetendheid
 
soms verwarde ik mij met mijn schaduw
zoals men het woord met het woord kan verwarren
het karkas met het lichaam
vaak waren de dag en de nacht eender gekleurd
en zonder tranen, en doof
 
maar nooit iets anders dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst
 
het regent ik drink ik heb dorst.  
 
 
Gerrit Kouwenaar 

 

Fred Smet 

Wij kozen voor een gedicht van een eenvoudige dorpsdichter, een gelegenheidspoëet, die een krachtig gedicht neerschreef over de teloorgang van zijn/mijn geboortedorp (Kallo) In dit gedicht ligt heel zijn ziel.

Mijn Dorp

 

Mijn dorp uit de golven geboren,

voor eeuwig geteisterd door mensenhand…

Waar eens wiegden halmen van ’t rijpende koren

en scheerden de zwaluwen laag over ’t land.

 

De biddende valk zult ge nooit meer aanschouwen,

noch tierelierende leeuweriken hoog in de lucht.

Zij schuwden de rook uit de spuwende schouwen,

Mijn dorp: ‘zij zijn elders gevlucht’.

 

De boerende boer, symbool van de polder,

week – stilletjes schreiend – voor ’t reuzengeweld.
Men graaft en men spuit nu holder de bolder,

de laatste kanada’s worden geveld.

 

Mijn dorp, welk lot u beschoren?

Uw wanhoopskreet werd door niemand gehoord…

Buig nederig het hoofd… De strijd is verloren…

O mijn God! Mijn dorp is vermoord.

 

Marcel Beeldens

© Sabine Pauwaert

Miet Meersman

JIJ
 
't Kan allemaal verbeelding zijn,
de dingen die we doen.
Wij kleuren zelf ons leven grauw
en dan ineens weer groen.
 
Maar als jij vraagt: 'Hoe gaat 't nou,
heb je wat minder pijn?'
Wat ik dan diep van binnen voel,
kan geen verbeelding zijn.
 
Toon Hermans.

 

Ingrid Claus 

KIJK NAAR DE DAKEN, kind, bescherming
                   voor jou, voor mij, voor ons, voor velen,
                   nu nog door vaklui geplaatst, binnenkort
                   misschien 3D-geprint.

                   Wie in een huis woont, kind, vergeet
                   dat daken zelf geen daken hebben,
                   klimop danst op huis
                   naar het dak toe, dak ontvangt klimop.

                   Vormen en mensen in huizen
                   onverstaanbaar op weg, gelukkig
                   door het dak in roekeloosheid gestuit.
                   Ik hoop af en toe voor jou een dak te zijn

                   in deze stad, dit land, IK ZAL BESCHUTTEN,
                   winnaars verliezers, maar ik maak
                   plaats wanneer je de sterren bekijkt.


Jeroen Theunissen 

Uit 'Hier woon je', 2015

Carlos Van der Vreken

Ik wil weg
Maar mag niet weg
Ik blijf thuis
In mijn huis
Ik verveel mij
Ben niet blij
Ik zit maar te staren
Voorbij gaan de dagen
Toch is er hoop
Geraak uit mijn knoop
Gelukkig niet ziek
Gezond als een kriek
We moeten voort
Vaccineren zoals het hoort
Nadien weer buiten
Elkaar in de armen sluiten
Terug een feest
Covid-19 lelijk beest

Katie Van Glabeke 

Wandelen 

 

Of je nu altijd slaapt of nooit

meer, dat stuk heb ik niet zo 

goed begrepen. En of je nu 

eeuwig licht of altijd donker,

 

zie je, ook daar twijfel ik nog. 

Maar dat je altijd stil bent, weet ik 

zeker. Daarom heb ik een paar 

uur stilte op mijn mp3 gezet.

 

Zo loop ik nooit alleen 

door drukke straten. 

 

Hilde Van Cauteren

Lutgarde Pauwels 

'Dit zijn niet mijn lievelingsgedichten.

Tijdens een van mijn voorleessessies kreeg ik de dichtbundel van een man.
De man, hoog bejaard, brede interesse, is tijdens dit coronajaar overleden.
Graag draag ik enkele gedichten uit die bundel aan hem op, de keuze maken , vond ik niet eenvoudig.'

 

Jean Humblet 

windstil

we holden voor hem uit en lieten hem winnen, de lente
brieste ons hoofd op hol, we wakkerden hem aan
warrelden los en waaierden open
de wind bulderde onze namen

we zwierden en zwaaiden met wapperende haren
tolden in het rond, stormden in een glas water
nu de wind gaat liggen wankelen we
dolgedraaid, vallen zwijmelend om

bedelen om beweging
de wind valt zonder genade


Hedwig du Jardin

Uit "Licht & traag & diep"

Agnes Seghers

Een prachtige tekst en zo actueel

De bomen

Daar liggen dertig bomen geveld
langs de weg die leidt naar Veur'n
'k hè ze zien liggen en 'k hè ze geteld
en ik peinsde ,hoe kan dat gebeur'n
want de wind kan hier al zo vreselijk loeien
en de vlakt' is zo bloot zo oneindig
en 't is voor nen boom al zo moeilijk om te groeien
en der zijn d'r hier al zo bitter weinig

Daar liggen dertig bomen geveld
ik kon mijn oren eerst niet geloven
maar de kinders in 't dorp hen 't mij verteld
en ik peinsde , dat is lelijk gelogen
want ze staan daar zo schone,mee met de wind
die komt van de zee daar in 't westen
bomen gelijk dat je ze hier nu nergens meer vindt
hoge kruinen met vogelnesten

Daar liggen dertig bomen geveld
de wortels nog diep in 'd eerde
verkapt en verzaagd voor een pootje geld
bomen van ontschatbare weerde
ik probere 't verdriet van de bomen te verstaan
daarom heb ik dit liedje gezongen
nen boom is gemaakt om rechte te staan
Met zijn armen naar den hemel gewrongen .

Willem Vermandere

Paul Geerts

Op hevige benen lopen ze binnen,
de woorden, ze schuiven aan tafel
slingeren zich op stoelen
drukken  de neus aan het raam
gooien  wat glazen om , maar
ik wijs ze hun plaats tussen de gasten , laat ze hun
vederlichte jas uittrekken
en hang die buiten voor het raam
om nog even uit te waaien
voordat ik ze tot de orde roep
en een spiegel voor houd
zodat zij weten hoe ze te kijk staan

Frans Terken

Greet De Smet 

Bij de zoektocht naar mijn lievelingsgedicht viel mijn oog direct op dit gedicht. Ik scheurde het ooit uit, uit een tijdschrift. De auteur ken ik helaas niet. Het gedicht heeft mij niet ‘losgelaten’.

hou me (niet) vast

vanaf hier

heb ik alleen te gaan

Ik zal altijd

- ergens -

bij je zijn

we zijn tochtgenoten

maar hier neem ik afscheid

ik neem je lach en je speelsheid mee

je warme liefde ook

want

ik wil zoals altijd

in vrijheid

mijn eigen weg kunnen gaan

Annemieke De Ridder

Laat vallen, laat gaan,
je bent nog niet ten einde,
in deze hand ligt bijna een wereld,
zoveel wil je dragen, zot.

Laat niet meer passen, de vormen, ze passen je niet.
Stroom over in wat je worden wil, het zal geen keurig mens meer zijn,
Als je nu eens als water was, het zachte dat het harde omhelst tot het geen pijn meer doet.

Laat gaan, laat vallen, je hebt genoeg gedaan.
Stap uit, stap over.
Op tijd draaien, keren, tegen alles in, zorg dat het goed met je blijft gaan.
Het mag je raken maar dan moet je verder, het zijn signalen te over.

Laat gaan. Je zult ergens komen waar je nog niet was geweest.
En daar is het aanvankelijk beter.
Tot je ook daar weer gaat.
Maar je blijft niet. Je vergaat niet. Je gaat.


Ilja Van Peel, 2013

Marc Brys

Voor een dag van morgen

 

Wanneer ik morgen doodga
vertel  dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.

Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.

Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had

Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man, alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

 

Hans Andreus

Simon Lambrechts
Op uw website vernam ik dat we ons favoriete gedicht konden inzenden naar aanleiding van de poëzieweek. Als student Nederlands juich ik dit initiatief van harte toe. Daarom zou ook ik mijn steentje willen bijdragen.
 
Het gedicht dat ik zou willen inzenden, is "Lex barbarorum" van H. Marsman. Het is een vitalistisch gedicht met een boodschap van hoop, iets wat me in deze tijden belangrijk lijkt om aan herinnerd te worden.

Lex barbarorum

 

Geef mij een mes. 

ik wil deze zwarte zieke plek 

uit mijn lichaam wegsnijden.

 

ik heb mij langzaam recht overeind gezet.

 

ik heb gehoord, dat ik heb gezegd

in een huiverend, donker beven:

ik erken maar één wet: 

leven.

 

allen, die wegkwijnen aan een verdriet,

verraden het en dat wìl ik niet.

 

H. Marsman

Uit: Verzamelde gedichten (1941) 

Maria en Jozef De Witte 

‘k Wou dat ik eens lang,

héél lang kon slapen,

een ganse nacht, een stuk nog van de dag

naar niemand luisteren,

met niemand praten,

alleen maar slapen

tussen sneeuwwitte zachte lakens

op ’n hemelse matras,

en dan kon weerzien in m’n dromen

de mooiste momenten uit mijn bestaan,

het kleine witgekalkte huisje

waar ik werd geboren,

de dag dat ik de mooiste ooit voor mij zag staan,

hoe ik in goede en minder goede tijden

mijn eigen weg heb leren gaan…

 

‘k Wou dat ik zo met heldere geest en ogen kon kijken

naar wat ik deed, goed en verkeerd,

naar wat ik gaf, naar wat ik heb gekregen

en dan dank U zeggen

voor alles wat mij is gegeven

 

 

Leonard Ivens, 2008

Lutgart Van Raemdonck 

Evolutie

 

Toen we nog gewoon vissen waren

en zweefden door het water

of voor ons uit lagen te staren,

toen dachten we niet aan later

 

als we geen vis meer zouden zijn,

maar wezens met twee benen

om te vallen, twee wangen om te

blozen, twee ogen om te wenen,

 

toen moeten we gelukkig zijn geweest

in het water,

ons vlug voortbewegen

zonder vallen en zachtjes groeien

 

zonder steeds een kleur te krijgen

en als we huilen moesten

zag niemand onze tranen vloeien.

 

Leendert Witvliet

Agnes Van Camp 

Op de valreep mijn gedicht, het is van een vriend 'gelegenheidsdichter'.

 

Corona

Het klinkt haast als een melodie die
onbezonnen als een oorwurm in onze levens
kroop en op vele pauzeknoppen heeft gedrukt.
We wringen ons in bochten om niet naar buiten
te moeten. We slaan voorraden in en stapelen ze op
op onbereikbare plaatsen in onze kasten.
We laten leegtes achter in de winkelrekken die
symbool staan voor de stilte in de straten.
Onze handen voelen droog door zeep.
We houden onze adem in als we een mens passeren
lopen er in een boog om heen en hopen dat we
niemand besmetten en omgekeerd.

De vier muren rond mij worden alsmaar kleiner,
mijn adem stokt omdat ik bang ben dat
het virus onbetrouwbaar binnendringt
in mijn hoofd en aan mijn gedachten vreet.
Ik raak geen deurklink aan, kijk niet meer
in je ogen, jij naast mij - een meter en half -
alleen online bestaan wij samen.


J.G.

Gilbert Craen 

Mijn favoriete gedicht:

Zonder mij 

Wat kan ik voor je doen, ik heb alleen maar woorden.
Met die muziek heb ik ons huis gebouwd, mijn leven.
Vernield om toe te zien of dood de moeite waard is.
Of ik daar weg mee kan zonder te moeten sterven.

Wat kan ik voor je doen, ik moet toch van je blijven.
Ik heb je toch op mij genomen zonder je te nemen.
Zonder me te geven want ik ben alleen maar ik.
Ik ben alleen maar jij geweest om niet te moeten zijn.

Ik ben alleen maar jij geworden om niet ik te zijn.
Dat is een laffe liefde. Zoet, vergeef het mij.
Wat kan ik voor je doen, ik ben alleen maar woorden.
Wou je worden, wou ons worden zonder mij.

 

Leonard Nolens 


Uit Liefdesverklaringen. Gedichten.
Amsterdam. Querido 1991

Manuel De Tey 

Gedicht dat me heeft geraakt (Met vertaling)

Erlkönig

Wer reitet so spät durch Nacht und Wind?
Es ist der Vater mit seinem Kind
Er hat den Knaben wohl in dem Arm,
Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm.

Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht?
Siehst Vater, du den Erlkönig nicht!
Den Erlenkönig mit Kron' und Schweif?
Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif.-

'Du liebes Kind, komm geh mit mir!
Gar schöne Spiele, spiel' ich mit dir;
Manch' bunte Blumen sind an dem Strand;
Meine Mutter hat manch' gülden Gewand.'

Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht,
Was Erlenkönig mir leise verspricht?
Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind!
In dürren Blättern säuselt der Wind.

'Willst feiner Knabe, du mit mir gehn?
Meine Töchter sollen dich warten schön;
Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn
Und wiegen und tanzen und singen dich ein.'

Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort
Erlkönigs Töchter am düsteren Ort?
Mein Sohn, mein Sohn, ich seh' es genau
Es scheinen die alten Weiden so grau.-

'Ich lieb dich, mich reizt deine schöne Gestalt;
Und bist du nicht willig, so brauch' ich Gewalt!'
Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an!
Erlkönig hat mir ein Leids getan!

Dem Vater grauset's, er reitet geschwind,
Er hält in den Armen das ächzende Kind,
Erreicht den Hof mit Mühe und Not
In seinen Armen das Kind war tot.

Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832)

De elfenkoning

Wie rijdt er zo laat door nacht en wind?
Het is een vader met zijn kind.
Hij houdt de jongen vast in zijn arm,
Omklemt hem stevig en houdt hem warm.

Waarvoor toch ben je zo bang, mijn zoon?
Voor de elfenkoning, met mantel en kroon
Zie jij dan, vader, de elfenkoning niet?
Mijn zoon, dat is een nevelsliert.

‘Mijn liefste kind, kom mee met mij!
Zo’n leuke spelletjes spelen wij:
Vol bonte bloemen staat ons strand
Mijn moeder kleedt ons met goud en kant.’

Ach vader, ach vader, heb je niet gehoord
Waarmee de koning mij zachtjes bekoort?
Wees rustig, blijf rustig mijn kind!
In dorre bladeren ritselt de wind.

‘Ga mee met mij en leer mij kennen;
Mijn dochters zullen jou verwennen,
Ze dansen elke nacht, mijn lieve knaap,
En wiegen en zingen je daarna in slaap.’-

Ach vader, ach vader, kijk ginds naast de baan:
Zie je de koning zijn dochters niet staan?
Mijn zoon, ik zie ze helder en klaar;
Het lijken die oude grijze wilgen daar.

‘Ik hou van jou, je bent al wat nu voor mij telt;
En ben je niet willig, dan gebruik ik geweld.’-
Ach vader, ach vader, nu raakt hij me aan!
Elfenkoning heeft mij pijn gedaan!

De vader huivert, hij rijdt gezwind
Hij houdt in zijn armen het kermende kind,
Bereikt de hoeve ternauwernood;
Het kind in zijn armen was dood.

(vertaling Erik Derycke)

Frederik Baert

 

2021

 

Zoek mooie avonturen

Volg je dromen en geniet

Kus de maan en wees verwonderd

over wat je in de sterren ziet

Maak dansjes in de regen

Verspreid geluk en gelach

Vang zonnestralen tussen wolken

Vier een feestje elke dag

Laat achter wat je kwijt wilt

Bewaar wat je nooit had gedacht

En vergeet niet dat plezier

Ook dit jaar op je wacht

 

Fem

Ria Smet 

 

            ROEPING  

                    (voor de Zusters van Liefde, te Weert) 

 

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar  

verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,  

en eten voert,  

zal nooit haar naam vermeld zien.  

Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij  

vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,  

ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.  

Toch goed dat er een God is.   

 

(1973)    

 

            Gerard Reve 

uit 'Verzamelde Gedichten' 

Uitgeverij L.J. Veen Amsterdam / Antwerpen 

Annie Van Meirvenne - Lauwers 

 

Zwaan

 

Er drijft een zwaan
de oevers trekken het water
strak aan
zodat het niets verraadt
van zijn diepste wieren en vissen
als een beschaafd gelaat
en niets geschiedt
er drijft een zwaan
en ze weet het niet

 

Herman De Coninck

Luc Van den Bergh

 

Sonnet XC

 

Ik dacht dat ik doodging en rilde van doodskou,

van wat ik doorleefd had bleef jij alleen over,

jouw mond die op aarde mijn dag en mijn nacht was

en jouw huid republiek door mijn kussen gesticht.

 

Op dat moment werden de boeken voltooid,

vriendschap en onverpoosd opgehoopte rijkdom,

de doorschijnende woning die wij beiden bouwden,

niets nog bestond er, niets dan jouw ogen.

 

Want de liefde, wanneer het leven ons voortjaagt,

is slechts een hogere golf tussen golven,

maar ach, wanneer de dood voor de deur staat

 

rest alleen jouw blik tegen zoveel leegte,

alleen jouw helderheid tegen het niet-zijn,

alleen jouw liefde sluit de duisternis buiten.

 

Pablo Neruda

Franky Peirsman

 
If it be your will
 
If it be your will, that I speak no more
And my voice be still, as it was before
I will speak no more, I shall abide until
I am spoken for, if it be your will
If it be your will, that a voice be true
From this broken hill, I will sing to you
From this broken hill
All your praises they shall ring
If it be your will, to let me sing
From this broken hill
All your praises they shall ring
If it be your will, to let me sing
If it be your will, if there is a choice
Let the rivers fill, let the hills rejoice
Let your mercy spill
On all these burning hearts in Hell
If it be your will, to make us well
And draw us near and bind us tight
All your children here, in their rags of light
In our rags of light, all dressed to kill
And end this night, if it be your will
If it be your will

 

Leonard Cohen

John Adams 

 
De Klank van Stilte
 
 
Er is de ruisende stilte
tussen eeuwenoude bomen
verscheurd in nevels
 
Er is de kille stilte
aan een tafel  die met messen
wordt gesneden
 
De gedragen stilte
van een minuut op een plein
de gedachten die bij slachtoffers zijn
 
Er is de opgelegde stilte
in een studiezaal, die voortdurend
onder spanning staat
 
De gezwollen stilte
 voor een overdonderend applaus
waarin de laatste noot nog trilt
 
De tikkende stilte van leidingen
in het huis waar je weer alleen bent
na een pijnlijk vertrek
 
En er is de volbrachte stilte
van ons op dit bankje
terwijl de verte het overneemt
 
en alles is gezegd.
 
Maud Vanhauwaert

 

Antoine Baert 

 

 

                                                           Kerstmis 2020

 

                                                        Wat een jaar is dit.

                                        Het sociale leven staat op een kleine pit.

                                                  Hopelijk kunnen we in 2021

                                                  het gas wat omhoog draaien

                                            en komen er betere tijden aanwaaien.

                                                 Weer terug naar het normale.

                                                   Ja, dat willen we allemaal.

                                      Deze lockdown komen we ook wel weer door.

                                                In ieder geval gaan we ervoor.

                                            Ik wil iedereen veel geluk toewensen

                                               want jullie zijn speciale mensen.

                                          Blijf allemaal gezond en let op elkaar.

                                          Voor iedereen,een gelukkig nieuwjaar.

 

                                                           Christine van Dijk

Marleen Van Raemdonck 

 

                                                          Mijn kerstwens

 

                                               Ik wil het er dit jaar op wagen

                                        De kerstman iets heel anders te  vragen

                                   Geen cadeautjes in mooie papiertjes verpakt

                                                Met mijn naam erop geplakt

                                             Mijn wens is dat jij mag stralen

                                                        Stralen van geluk

                                                   Als hij jou dat geven kan

                                                Kan mijn kerst niet meer stuk

                                        

                                                               Corinna

Jenny Knippenberg

 

Monument voor de Vrouw


Maak haar van takken waar
elke lente nieuwe knoppen aan
komen maak haar van het ruisen
van bedreigde bomen

Maak haar van water van druppels
dauw van de ochtend die erin parelt
maak haar van licht en schaduw
die makkelijk langs de muren klimt

van vergeelde geschiedenisboeken
waarin zij ver te zoeken is knoop haar
uit rafels van keukenhanddoeken
klop haar op uit zakken vol dons

maar maak haar niet van brons
en als je haar daar toch uit giet
laat haar dan niet afkoelen
houd haar heet en stromend

maak haar niet van steen
en als je haar daar toch uit kapt
houw haar dan zo dat ze
er makkelijk uit kan breken

laat het monument het moment
om zich voortdurend te ontplooien
om wanneer ze maar wil
aan haar maker te ontkomen


Maud Vanhauwaert

 

Moeder

Zo lang zij rustig leeft kunnen wij haar vergeten,
ze kost ons zorg noch geld,
ze doet ons nimmer zeer;
tweemaal in ’t jaar misschien,
gaan wij nog bij haar eten
en lachen als ze zegt: Het is de laatste keer.

Maar één kort spoedbericht maakt ons opnieuw tot zonen,
wat ons gewichtig werd valt plots en dwaas uiteen,
wij dachten in onze eeuw
en in ons werk te wonen
tot wij beschaamd en leeg haar kleine huis betreên.

Ze heeft op ons gewacht.
Tenzij ze is gestorven.
Daar ligt wie onze moeder was,
het arm gezicht waarin veel eenzaamheid
berusting heeft gekorven beschenen
voor het laatst in reeds vervreemdend licht.

Dat wij voorgoed alleen zijn thans,
dat alle bronnen vervloeien in de tijd,
bedroeft ons hart zo niet.
Maar dat onze overmoed zich nimmer heeft bezonnen
over haar eenzaamheid, dit wordt ons taaist verdriet.

Karel Jonckheere

Irene De Saeger

Ik Wou

 

Dat ik wist wat het leven is.
Misschien is het wel een laatste strohalm waar ik
mij aan vasthoud, net als iedereen,
terwijl ik denk,
ook net als iedereen, dat het leven
een onafzienbaar korenveld is
met duizenden halmen,
wuivend in de wind,
met klaprozen en bloeiende korenbloemen
her en der er tussenin,
onder een reusachtige hemel
waaruit de zon naar beneden schijnt
en waarin wolken zich opstapelen
en weer oplossen.
Het is een vierkante centimeter
met één strohalm, in het schemerdonker.
ik laat die strohalm niet los.

 

Toon Tellegen

Uit IK WOU

John Adams 

 

Het zwarte knaapje

 

      Mijn wieg stond waar men ’t wilde Zuiden vindt,

En ik ben zwart, maar wit is toch mijn ziel;

Wit als een engel is het Engels kind,

Maar ik ben zwart alsof mij licht ontviel.

 

Mij onderwees mijn ma, met ’n boom nabij,

En toen de zonnehitte nog niet stak,

Trok zij mij op haar schoot en kuste mij,

Dan wees ze naar het Oosten en ze sprak:

 

Zie waar de zon verrijst: daar is Gods huis,

Vanwaar hij ons met warmte en licht verheugt;

En bloem en boom en mens en dier vindt thuis

Gerief in de ochtend, ’s middags vreugd.

 

En wij verblijven kort in aardse staat,

Voor ’t leren dragen van de liefdesglans;

En ons zwart lichaam en gebruind gelaat

Is slechts een wolk, en als een schaduwkrans.

 

Want als ons hart de hitte overwint,

Verdwijnt de wolk en treft ons zijn geluid

Dat zegt: Verlaat dat bos, mijn lieve kind,       

En leef, als ’n lam, je rond mijn goudtent uit.

 

Zo sprak mijn moeder en zij kuste mij,

En zo zeg ik ’t die kleine Britse vent.

Ben ik van zwartwolk, hij van witwolk vrij,

Dan zijn wij blij als ’n lam rondom Gods tent.

 

Ik houd hem uit de hitte, tot daar waar

Hij onze vaderschoot zoekt, klaar en blij,

En dan kom ik en aai zijn zilveren haar

En word als hij, en dan houdt hij van mij.

 

Louise Glück

 

Uit De Standaard der Letteren 19 december 2020. Louise Glück (77) is een Amerikaans dichter die alleen bij kenners bekend was tot ze op 8 oktober uitgeroepen werd tot Nobelprijswinnaar ‘voor haar onmiskenbare poëtische stem die met sobere schoonheid het individuele bestaan ​​universeel maakt’.

 

Nicole Willaert

Via deze weg mijn lievelingsgedichtje (ooit in mijn tienertijd van een vriendje toegestuurd gekregen).

 

Ik droomde

Dat ik je gedroomd had.

Nooit werd ik zo treurig wakker.

Ontroostbaar,

Behalve door jou.

 

Ellen Warmond

Vertel anderen over ons. Deel deze webpagina met uw netwerk.