HOME > EN VERDER > POËZIE > De keuze van Irene 

DE KEUZE VAN IRENE 

Wie beter dan Irene,

die in de rubriek IN DE KIJKER

al zo gepassioneerd bezig bleek met poëzie,

kan ons elke maand een gedicht aanreiken? 

 

Geniet van haar keuze. 

okt 2022

 

WOLK

 

Deze wolk, die ik niet kan benoemen
hij beneemt me het licht van de dag.
Soms begint hij te trillen en zoemen
Juist wanneer ik net liefheb en lach.

 

Deze wolk wil me komen vertellen
dat ik struikel en dom ben en moe.
Dat ik loop op een vlak dat zal hellen
dat ik ben wat ik denk, wat ik doe.

 

Deze wolk maakt me somber, zwaarmoedig.
Maakt me bang, maakt me gek, maakt me daas.
Ik wil lucht, ik wil licht, ik wil moedig
en ik blaas en ik blaas en ik blaas.

 

Deze wolk wil niet weten van wijken.
Drijft precies boven daar waar ik ben.
Totdat ik naar de zon leer te kijken
en mijn wolk accepteer en erken.

 

Ik denk dat de wolk nog niet klaar is,
maar hoewel hij er is, ’t is een feit:
Deze wolk bepaalt niet wat er waar is
en uiteindelijk raak ik hem kwijt.

 

Anne Lies Mossel – de Kievit

Anne Lies Mossel - de Kievit is een jonge, Nederlandse vrouw met 4 opgroeiende dochters. Ze heeft een chronische ziekte. Door te schrijven kan ze haar talenten inzetten voor anderen. Ze heeft al heel wat bundels op haar naam staan, veelal rond het thema verdriet en rouw. Haar gedichten zijn zowel meelevend als bemoedigend. 

Het gedicht Wolk wordt op de Dag tegen Kanker in Beveren voorgedragen door een lid van De Passanten. Kom op tegen Kanker organiseert de Dag tegen Kanker jaarlijks, op de derde donderdag van oktober. Nog meer dan anders, wil de vereniging kankerpatiënten en hun naasten die dag tonen dat ze er niet alleen voor staan.

sept 2022

ALLE TIJD VOLSTAAT

 

Ik heb het einde verborgen en ben vergeten
waar. Dat leek mij een prima begin.

Weinig goeds wordt beter van een einde,
ook jij weet dat. We zijn niet onaangetast.

Intussen is het al vele jaren zoek, en dat
bevalt ons uitstekend.
We hebben alle tijd

en alle tijd volstaat, elke ochtend opnieuw
wij, elke ochtend opnieuw voorgoed.

 

Stijn Vranken

Stijn Vranken (Leuven, 1 februari 1974) is dichter en poëzieperformer. Vranken is medeoprichter van De Sprekende Ezels, een maandelijks terugkerend open podium voor poëzie, muziek, comedy en andere podiumkunsten in Antwerpen, Brussel, Leuven, Turnhout en Gent. Vranken was tevens al vaak de gast op verschillende culturele podia, waaronder Zuiderzinnen, Hotel Ideal, Literaal, Nacht van de Poëzie en Koningsblauw.

Behalve dichter is Vranken ook tekstschrijver voor het theater. Hij schreef twee radioboeken voor De Buren en stond op de planken met zijn eigen voorstellingen.

In 2008 verscheen zijn eerste dichtbundel Vlees mij!  bij Meulenhoff/Manteau. Samen met illustratrice Sabien Clement bracht hij in 2010 het boek Aaron Holsters: Restauratie van een droom, uit. 
Wees gerust, maar niet hier, zijn tweede bundel, werd in 2011 gepubliceerd bij De Bezige Bij Antwerpen.

Van 2014 tot 2016 was hij stadsdichter van Antwerpen. 

Info Wikipedia.

 

Meer weten over Stijn Vranken? Snuister eens rond op zijn website. U vindt er meer gedichten, impressies en alles wat hij kwijt wil over zijn literaire activiteiten. 

©Zin in Zomer.be

Stijn Vranken

in de zomer van 2011

tijdens Zin in Zomer,

het festival voor literatuur en illustratie

in Genk & Hasselt

zomer 2022

ONZICHTBAAR OUDER

 

Dag aan dag
zie je het niet.
Je ziet
zelfs helemaal niets
veranderen.

En toch
verandert
elke dag en
elke vezel
elke cel tot

op een dag
je toch wel
ziet dat wat
er was er niet
meer is en
dat wat was
nu anders is.

 

Benedicte Lemmelijn.

BENEDICTE LEMMELIJN is professor Bijbelwetenschappen  aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KULeuven.
Naast haar wetenschappelijke publicaties schreef ze een aantal boeken, heel wat bijdragen voor een breder publiek en ook een kinderboek.
Sinds begin 2015 is ze tevens vaste columniste voor o.a. het weekblad Tertio. Voor de jaren 2017 en 2018 werd ze aangesteld tot stadsdichter van Zoutleeuw.

Benedicte Lemmelijn is zelf ook lid van Davidsfonds . Op de website van Davidsfonds Nationaal, in de cultuurblog staat een interview met haar. LEES HET HIER en ontdek meer over deze interessante vrouw. 

juni 2022

IN DE TIJD

 

In de tijd schrijven we onuitwisbare sporen

Trekken we korte verhalen van aanwezigheid.

Ongebaand en ver gaand verrast ons

een onthullende weg.

Er is iets wat waakt bij de horizon,

wacht bij de einder.

Iets wat uitdaagt tot reizen.

Innerlijk.

Ongekend.

Onbestemd.

 

Alles doen we.

Tot we ons uitstrooien in genegenheid

en kralen vlechten

voor een eeuwig heden,

een ongekende tijd

 

 

Claire Vanden Abbeele

uit ‘Alles wacht op ons’

©Davidsfonds

Claire Vanden Abbeele is kunstenares, auteur en therapeute. Als therapeute werkt zij met mensen rond bewustwording en verlieswerking. Ze heeft reeds jaren ervaring in het begeleiden van mensen, jong en oud, individueel en in groep, vaak door middel van het kunstzinnig proces. Ze kreeg hiervoor ‘De Pluim’ van de Koning Boudewijnstichting op 3/12/2004. Haar schilderijen, boeken en vormingen die ze geeft, getuigen van een verlangen naar een leven in en met het wezenlijke.

Zij is de bezieler van vzw De Verbinding, een vereniging voor mensen die elkaar nabij zijn en ze verzorgt lezingen en bezinningen over levensthema’s, soms met poëzie en met projectie van haar schilderijen. Claire Vanden Abbeele stelt tentoon in binnen- en buitenland. Haar liefde voor het schilderen en het voortdurend appèl tot verwezenlijking en communicatie brengen haar steeds oog in oog met het mysterie van leven, liefde en dood. Thema’s die als metaforen vorm krijgen in woord en beeld.

mei 2022

IK ZOU EEN MELODIE WILLEN WORDEN.

 

Ik zou een melodie willen worden
in dit magische moment
om vrij in de wereld te vliegen
zodat de wind de echo verspreidt

Ik wil dat mijn luide gezang
de heldere sterren bereiken
wil op de felle golven vallen
en boven de roerige zee zweven.

Dan zouden mijn dromen klinken
en ook mijn heimelijk geluk
helderder dan heldere sterren
roeriger dan de roerige zee.

 

Lesya Ukrainka

vertaling  Angelina Kononenko

Haar echte naam was Larysa Petrivna Kosach-Kvitka, (1871- 1913). In haar pseudoniem Lesya Ukrainka, dat  weloverwogen werd gekozen, schuilen al de thema's die haar persoonlijk en artistiek dreven: het behoud en de ontwikkeling van haar moedertaal en de Oekraïnse literatuur. Ze groeide uit tot één van Oekraïnes meest befaamde dichters, was een feministe én politiek actief. Ze liet een erfenis na van gedichten, theaterstukken en essays. Haar invloed was groot. 

Ze stamde uit een hecht, intellectueel ingewikkelde en patriottische familie. Haar moeder was een gerespecteerd auteur die poëzie schreef en verhalen voor kinderen. Haar vader was een welgestelde landeigenaar en een nationalistisch activist,  die zijn financiële middelen gebruikte om campagne te voeren voor Oekraïne en tegen de Russische tsaristische autocratie waaronder Oekraïne gebukt ging. Hun hele leven wijdde de familie zich aan die zaak. 

Ukrainka en haar broers en zussen kregen thuisonderricht, van de ouders en speciaal geselecteerde privéleraars, en leerden Oekraïens spreken en schrijven. Dat privilege zouden ze niet hebben gehad in het traditioneel onderwijs, waar Russisch de opgelegde voertaal was. Het spreken van een andere taal werd ten strengste verboden en leidde tot brutale consequenties voor zowel de studenten als hun ouders als het toch gebeurde. Door dat strak optreden vreesde Ukrainka's vader dat het Oekraïens op termijn definitief zou verdwijnen, hij financierde daarom op eigen houtje talloze publicaties in de moedertaal. 

Aan de universiteit van Sint Petersburg studeerde Ukrainka aanvankelijk wiskunde, maar na twee jaar keerde ze terug naar Kiev waar ze rechten studeerde en ook haar aanleg voor talen, dat aangescherpt was door het thuisonderwijs, botvierde. Ze beheerste het Engels en Italiaans en ook Slavische talen zoals Pools en Bulgaars. 

Van haar ouders leerde Ukrainka dat literatuur en politiek onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn, en dat wie neigt naar boeken en leren als vanzelf komt tot sociaal bewogen actie. Een schrijver moest zijn pen slijpen met een doel en wie pubiceerde had de morele verplichting om werken op de markt te brengen die het verschil konden maken. 

Haar moeder leerde de kinderen om inspiratie en trots te puren uit hun roots. Ze nam hen mee naar het platteland om er de taal te horen spreken en om er de volksliederen te horen. Die uitstappen combineerden educatieve elementen, een politieke insteek, contact met de lokale cultuur en geschiedenis met de schoonheid van het platteland... Het zouden essentiële elementen en thema's worden in Ukraina's schrijven en werken én metaforen voor de onfortuinlijke situatie waarin Oekraïne zich bevond binnen het Russische rijk. 

Tussen 1895 en 1897 was ze een actief lid van een politiek geïnspireerde literaire en artistieke beweging in Kyiv. Uiteindelijk zou ze, samen met haar broer, een eigen club stichten, naar het voorbeeld van de Franse poëziebeweging 'Pléiade' en de Bloomsbury Group in Londen.  Wat de club bond was de dreiging en de bekommernis dat de Oekraïense taal verloren zou gaan. Ze ontmoetten elkaar in het geheim, vertaalden internationale werken in het Oekraïens en brachten verzamelwerken uit van Oekraiënse poëzie en proza. Die werden vaak tegengehouden door de Russische censuur, maar daar lieten ze zich niet door afschrikken. 

Ukrainka zou uiteindelijk een succesvolle literaire carrière uitbouwen, die helaas veel te vroeg door tuberulosis onderuit werd gehaald. Ze stierf in 1913, amper 42 jaar oud.

bron: daily.jstor.org/lesya-ukrainka-ukraines-beloved-writer-and-activist/

april 2022

WARMTE, EEN WOONPLAATS

 

Liefde en het besef
van liefde daartussen bouwen
mensen een warmende woonplaats

en sprekende zeggen ze: liefste
open je ogen nu langzaam en eet
ik heb het licht voor je aangesneden
of: open je ogen niet drink nu het donker
ik heb de nacht voor je omgekocht

want liefde en het besef
van liefde daaraan ontsteken
ogen en stemmen hun licht
daarin ontbloeien de lippen
daaruit ontstaat het gedicht.



Ellen Warmond
uit: Warmte, een woonplaats (1961)

ELLEN WARMOND.

 

Pseudoniem van Pietronella Cornelia Van Yperen. (°23/9/1930  +28/6/2011)

Ze groeide op in Rotterdam, werd balletdanseres maar kluste ook bij als secretaresse op een handelskantoor waar men weinig affiniteit had met poëzie. Om haar dichtwerk te verbergen, koos ze een pseudoniem. In 1953 debuteerde zij met een aantal gedichten. Ze werkte lange tijd bij het Nederlands Letterkundig Museum in Den Haag, waar ze ondertussen ook woonde.  Ze overleed na een langdurig ziekbed op 80-jarige leeftijd.

Ellen Warmond publiceerde een groot aantal dichtbundels, een roman (Paspoort voor niemandsland, 1961) en ook verhalen (Eeuwig duurt het langst, 1961, en Van kwaad tot erger, 1968).

Haar poëzie is vaak somber, ingetogen ook en bijwijlen ironisch. Gevoelens van vervreemding, leegte, eenzaamheid en angst zijn haar niet vreemd. Sommigen herkennen in haar werk de melancholie van vrouwen voor wie de grote feministische doorbraak nooit gekomen is. Experimenteel is haar werk niet, hoewel zij bijna een generatiegenoot was van de Vijftigers en haar thematiek met henverwant is.  

Ellen Warmond ontving voor haar werk meerdere prijzen, o.a. voor haar debuutbundel Proeftuin, voor de bundel Warmte, een woonplaats. Voor haar gehele oeuvre werd ze bekroond met de prestigieuze Anna Bijns Prijs.

Bron: Wikipedia.

maart 2022

OP WANDEL

 

Zoals pas het statig bewegende water de rivier
tot rivier maakt, zo geeft enkel deze langzaam
aan mij voorbijglijdende wereld betekenis aan
wie in mij huist en zich al te graag verborgen

houdt. Terwijl mijn voeten door het landschap
gaan en mijn ogen op precies het juiste ritme
dit zacht verschuivende uitzicht in zich opnemen
wordt opnieuw duidelijk dat mijn aanwezigheid

hier nooit iets meer, iets anders kan zijn dan
een fluisterend, eerbiedig gesprek met de aarde.
Zoals in het verfijnde mechaniek van een Zwitsers

Horloge houden rust en beweging, veerkracht en
beheersing elkaar wandelend in balans.  Stroomt
tijd zo vanzelfsprekend langs en door me heen.

 

Marc Tritsmans

Uit: ‘Alles is hier nog’ 2020

© Marc Tritsmans

Marc Tritsmans studeerde tandheelkunde, was ook korte tijd tandarts en daarna meer dan 30 jaar milieuambtenaar bij een lokaal bestuur. Hij debuteerde in 1992 als dichter met de dichtbundel De wetten van de  zwaartekracht’, waarna vele bundels volgden. Hij publiceerde in vele literaire tijdschriften in België en Nederland en zijn gedichten werden opgenomen in talloze poëziebloemlezingen. Engelse vertalingen van zijn gedichten verschenen in literaire tijdschriften in Groot-Brittannië. In 2019 werd zijn dichtbundel Het zingen van de wereld  integraal in het Afrikaans vertaald. In 2011 won hij de Herman de Coninckprijs voor de beste dichtbundel en tevens de publieksprijs voor het gedicht 'Uitgesproken'. Daarnaast won hij tweemaal de Pieter Geert Buckinxprijs (gemeente Kortessem,1991 en 1995) en tweemaal de Melopee poëzieprijs (gemeente Laarne, 2010 en2019)

Bron : Wikipedia.

februari 2022

VOOR EEN DAG VAN MORGEN

 

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man alleen maar een vrouw,
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

 

Hans Andreus

HANS ANDREUS (1926 - 1977)

Synoniem van Hans van der Zant.
Hans van der Zant wilde al heel jong dichter worden, evenals zijn vriend Lucebert. Hij maakte zijn school niet af en meldde zich aan als oostfrontstrijder. Toen hij zich wilde terugtrekken, werd hem dit belet. Nadat hij verwond werd en door bemiddeling van zijn ouders in 1944 werd ontslagen uit het leger, keerde hij naar huis terug. Hij werd later vrijgesproken in de zitting van het tribunaal in Amsterdam wegens ‘onvrijwilligheid’.

In 1945 werd Hans van der Zant toegelaten tot de Amsterdamse Toneelschool. In het jaar daarop debuteerde hij als dichter onder het pseudoniem Hans  Andreus. Hij  verliet de Toneelschool in 1947 en besloot voortaan met werk voor tijdschriften en radio van de pen te leven. Hij werd redacteur van het literaire maandblad Podium, dat zich vanaf 1951 openstelde voor de poëzie van de Vijftigers of experimentelen, onder wie Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Lucebert en Simon Vinkenoog. 

In 1951  verscheen Andreus’ eerste bundel, ‘Muziek voor kijkdieren’. Na de kennismaking met Vinkenoog ging Andreus in 1951 naar Parijs. De ontmoeting met diens UNESCO-collega Odile deed hem besluiten in Parijs te blijven en met haar een kamer in een hotel te betrekken. In 1953 verscheen zijn bundel ‘De taal der dieren’, waarin hij in stijl en beeldspraak aansluiting zocht bij de experimentele poëzie. In 1954 kwam de bundel ‘Schilderkunst’ uit, waarin de Parijse jaren hun neerslag kregen. Andreus was toen al met Odile naar Italië vertrokken, waar ze zich in 1953 in Rome vestigden. De vriendschap met Hugo Claus die in Parijs was begonnen, werd hier voortgezet.

In de zomer van 1954 raakte Andreus tijdens een vakantie op Elba in een ernstige psychische crisis, die zich uitte in agressie tegen zijn geliefde. Hij moest naar Nederland terugkeren, en werd in een rusthuis  opgenomen. Daar kwam hij onder behandeling van de psychiater Maarten Lietaert Peerbolte. De ideeën en de therapie van Peerbolte inspireerden hem tot een dichtbundel die als een hoogtepunt in zijn werk wordt beschouwd: ‘De sonnetten van de kleine waanzin’ (1957). In 1955 kwam er een eind aan  de relatie met Odile.

In 1955 maakte Andreus kennis met Rolf van Ulzen, directeur van Uitgeversmaatschappij Holland, die voortaan de meeste dichtbundels en de romans van Andreus zou publiceren en hem stimuleerde bij het schrijven van kinderboeken.

bron Wikipedia 

januari 2022

LANGZAAM OOG

 

Men zit zijn tijd met kijken  uit,
er is geen andere mogelijkheid.

Er is niet ergens niets te zien.
Lijkt het leeg, dan kijkt iets

ons nog aan dat wij vergeten zijn.
Zo zit men dus de tijd te kijken,

de wijdte tussen alles en zichzelf,
hopeloos door elkaar.  En ziet

door staren in het wak niet meer
dat ook een langzaam oog,

liefst ademloos, ons overkijkt.
Er is geen andere mogelijkheid.

 

Bernard Dewulf

 

Uit: Blauwziek 2006

© De Standaard

Bernard Dewulf studeerde Germaanse filologie.  Hij werkte  bij Het Nieuwe Wereldtijdschrift als redacteur, later als columnist voor De Morgen en het Weekblad De Standaard. Hij werkte ook jaren voor NTGent
Van 2012 tot 2014 was hij stadsdichter van Antwerpen. Sinds januari 2017 was hij ‘writer-in-residence’ van het Koninklijk Museum voor Schone kunsten van Antwerpen.

In 2001 verscheen de essaybundel Bijlichtingen: kijken naar schilders. In dit boek bundelde hij een aantal beschouwingen over beeldende kunstenaars en probeerde hij op toegankelijke wijze de betovering bij het kijken naar schilderijen bijlichten. Hij poogde telkens weer de verleiding onder woorden te brengen die kan uitgaan van schilderijen en tekeningen. Later volgde een tweede kunstbundel, met de titel Naderingen. Kijken en zoeken naar schilders (2007) met teksten over plastische kunst.

Hij publiceerde heel wat gedichten, proza en toneel en kreeg tal van onderscheidingen en bekroningen

  • In 1996 werd zijn dichtbundel Waar de egel gaat bekroond met de Vlaamse Debuutprijs.
  • In 2007 kreeg hij de Saint Amourprijs voor Goede Seks, voor het beste seks-fragment.
  • In 2008 ontving hij voor Naderingende Dirk Martensprijs (genre essay).
  • In 2010 won hij de Libris Literatuur Prijs voor Kleine dagen.
  • In 2011 ontving hij de De Inktaap voor Kleine Dagen.
  • In 2013 ontving hij de Taalunie Toneelschrijfprijs voor de toneeltekst Een Lolita
  • In 2013 ontving hij, samen met Julie Van den Berghe, de Cutting Edge Award voor de voorstelling Een lolita.

Dewulf was getrouwd en had een zoon en dochter. Op 23 december 2021 overleed hij, onverwacht, op 61-jarige leeftijd.

Bron: wikipedia

kerst 2021

KERSTNACHT

 

Kerstnacht - het woord is als een lafenis,
een koele sneeuw, glanzend onder het zachte
stralen der sterren - op de landen is
het weerloos stil, een ongerept verwachten.

Kerstnacht - het eenzaam zwerven der gedachten
rondom het oud verhaal, het nimmer uit te spreken
verlangen naar het helder zingen in de nacht en
het opgaan van de ster, een lichtend teken.

Kerstnacht - het sneeuwt op uw geschonden aarde,
dun en verstuivend dekt een huivering
van ijle val, een lichte zuivering
het vragen, dat wij stil bewaarden.

Ida Gerhardt


uit: 'Verzamelde gedichten', 2005.

IDA GERHARDT

Is een Nederlandse dichteres  geboren in 1905 en overleden in 1997. Zij kreeg in het gymnasium les van de dichter J.H. Leopold,  die haar inspireerde tot de liefde voor klassieke letteren , filosofie  en  poëzie. Ze studeerde klassieke talen, slaagde voor haar doctoraalexamen, bleef lang werkloos en werkte uiteindelijk als classica in het onderwijs. In 1935 begon ze met het schrijven van gedichten.  Haar eerste bundel Kosmos verscheen op 9 mei 1940, één dag vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Ze haalde er meteen een prijs mee. Ze studeerde Hebreeuws leren en werkte samen met haar partner aan een nieuwe psalmenvertaling.

In de jaren zeventig en tachtig werd ze steeds bekender als auteur. Haar door Polak uitgegeven klassieke dichtbundels behaalden regelmatig herdrukken.  Veel van haar gedichten getuigen van haar grote liefde voor de natuur 

Aan het eind van de jaren tachtig leed ze aan paranoia en ging ze geestelijk achteruit. Ze overleed in 1997. Ze liet een omvangrijk oeuvre na, waarvoor ze heel wat prijzen kreeg.

Bron Wikipedia.

december 2021

WINTER

 

winter. Je ziet weer de bomen

door het bos, en  dit licht

is geen licht maar inzicht:

er is niets nieuws

zonder de zon.

 

En toch is ook de nacht niet

Uitzichtloos, zolang er sneeuw ligt

Is het nooit volledig duister, nee,

Er is de klaarte van een soort geloof

Dat het nooit helemaal donker wordt.

Zo lang er sneeuw is, is er hoop.

 

Herman De Coninck

uit: Zolang er sneeuw ligt (Brugge, Orion, 1975)

©Klara

©Torsade de Pointes 

Bord met gedicht van Herman de Coninck bij het kasteel Wissekerke te Bazel.

Herman August Paul De Coninck was een Vlaams dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever. Herman de Coninck staat bekend als “de man die zijn volk poëzie leerde lezen.

De Coninck werd in 1944 geboren te Mechelen.  Hij studeerde Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Hij woonde in de wijk  Zurenborg te Berchem bij Antwerpen.

Van 1966 tot 1970 was de Coninck actief als leraar.
De Coninck was dertien jaar lang redacteur bij Humo. Nadien ging hij werken voor het Nieuw Wereldtijdschrift (NWT).

In 1997 bezweek de Coninck aan een hartstilstand onderweg naar een congres in Lissabon in het bijzijn van enkele andere dichters (onder anderen Anna Enquist en Hugo Claus). Op het trottoir waar de Coninck overleed is een tegel geplaatst met zijn naam, geboorte- en sterfdatum.

Met zijn eerste dichtbundel De Lenige Liefde (1969) maakt hij poëzie toegankelijk voor iedereen. De Coninck 'herwaardeert' hierin de gewone taal en dus ook het gewone leven. Dit maakte hem tot de vader van het nieuw realisme, een stroming in de poëzie als reactie op de experimentelen. 
Hij kreeg verschillende prijzen.

Met het overlijden van zijn eerste vrouw brak een moeilijke periode in de Conincks leven aan. Een periode die voor hem weer een oefening was in verliezen. Zijn volgende dichtbundel, Zolang er sneeuw ligt (1975), werd hier sterk door beïnvloed. Hij verbergt zijn emoties door te spelen met de taal.  De bundel werd bekroond met de Dirk Martensprijs van de Stad Aalst (1976) en de Prijs van de Vlaamse Provinciën (1978).

In de bundel Met een klank van hobo (1980) legt hij uit wat poëzie en liefde voor hem betekenen. Later schreef de Coninck nog De hectaren van het geheugen (1985). In deze twee bundels neigt hij steeds meer naar het romantische.

De herinnering aan de Coninck wordt op verschillende manieren levend gehouden. Aan het Tramplein in Antwerpen, niet ver van De Conincks vroegere woning, werd ter herinnering aan de dichter het gedicht Thuis omhoog gehangen.  

Vanaf 2007 wordt de Herman de Coninckprijs uitgereikt.

Bron - Wikipedia

Fan van Herman De Coninck? 

Op de website van Klara leest u een in memoriam dat dateert van 2017, 20 jaar na zijn dood. U kan er ook gedichten lezen of ernaar luistere. 

november 2021

GEDACHTENIS

 

Ze zeggen zoveel.  Dat het went.
Dat de tijd een helende mantel is.
Zoveel dat het overgaat als griep,
vervaagt in het stof van de dagen.

Maar het blijft hangen als mist op
mijn haar. Ik overwinter in verdriet
om hoe het was, had kunnen zijn.
jij bloeit liever dan ooit te voren.

Met nog zachtere kleuren van leven,
hoewel ze zeggen dat het niet mag.
Ze zeggen zoveel. Of liever nog, niets.
En dat went nooit.

 

Mark Naessens

Uit: Met twee messen - 1996

Na zijn studies economie en een postgraduaat aan de Vlerick Business School werkte hij 35 jaar in de industrie als financieel directeur van een multinationale onderneming.

Zijn eerste dichtwerk werd meteen bekroond met de poëzieprijs van de Stad Tongeren in 1993. Daarna volgden nog talrijke eerste prijzen, o.a. de poëzieprijs van de Stad Harelbeke (1995), de poëzieprijs van Merendree (1995), de prijs voor Religieuze Poëzie van het IPB (1995), en de Plantage Poëzieprijs in Amsterdam (1996).

In 1996 verscheen bij de uitgeverij Lannoo zijn debuutbundel "Met twee messen".

Gedichten werden opgenomen in bloemlezingen (o.a. in "Hotel New Flanders. 60 jaar Vlaamse poëzie 1945-2005") en gepubliceerd in o.a. de Poëziekrant.

Hij was lid van het in 2012 na 20 jaar ter ziele gegane Leuvense schrijversgenootschap Mengmettaal en is nog steeds lid van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen.

Sinds hij met pensioen is, is hij ook keramiekkunstenaar en schildert hij met acryl en met olieverf.

op zijn webpagina

oktober 2021

Vergeet je niet te leven

 

Vergeet je niet te leven
dacht ik laatst
de tijd hield stil
een adempauze even

en als je nu eens zonder haast
buiten de tijd om wil
slagbomen neergelaten
dolgedraaide wijzerplaten

onder je door of langs je heen
ze laat voor wat ze zijn en dan
meer lucht en ogen van

het goede aardse zien
een beetje ruimte worden en misschien
iets meer gericht alleen

 

Kees Hermis

© Marijke Wisse voor Uitgeverij WEL

Kees Hermis is het pseudoniem van Cornelis Hendrik Herman Wisse. Hij werd geboren in Hulst, in 1941.
Hij debuteerde in 1977 met de dichtbundel ‘Vrijgesproken’. Hij woont en werkt in Oisterwijk en is ook
beeldhouwer in houtsculpturen. Hij publiceert regelmatig in literaire tijdschriften en bloemlezingen en is ook actief op poëziemanifestaties.

Hermis heeft heel wat dichtbundels op zijn naam staan. Voor hem is dichten een vorm van ademhalen. Hij is een romanticus pur sang.  "Mijn poëzie is te omschrijven als een uit onbestemd heimwee geboren antwoord op werkelijkheid. Een soort van thuiskomen.", vindt hij zelf. 
Hij denkt na over wat dichterschap beweegt, hoe woorden ontstaan en groeien. Het is specifiek voor zijn manier van werken is specifiek voor Hermis.


Bron – Poëzie – Uitgeverij WEL.

september 2021

Weggaan 

 

Weggaan is iets anders 

dan het huis uitsluipen

zacht de deur dichttrekken

achter je bestaan en niet

terugkomen, want je blijft

iemand op wie wordt gewacht.

 

Weggaan is eigenlijk een soort

van blijven, niemand wacht dan

want je bent er nog, niemand

neemt afscheid want

je gaat niet weg.

 

Rutger Kopland 

uit 'Het Orgeltje van Yesterday'

Amsterdam, 1968

 

© Van Oorschot Uitgeverij

Rutger Kopland (1934-2012) was de schrijversnaam van de psychiater R.H. van den Hoofdakker. Van den Hoofdakker was hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij hield zich vooral bezig met de betekenis van de slaap en de biologische klok voor het emotionele leven van zowel gezonde als psychisch gestoorde mensen. Hij publiceerde veel wetenschappelijke artikels en werkte ook als psychotherapeut.

Als Rutger Kopland werd hij één van de populairste dichters van Nederland. Hij debuteerde in 1966 met Onder het vee, de eerste van 14 gedichtenbundels. In een onnadrukkelijke, observerende stijl met veel aandacht voor het gewone woord, worden in zijn poëzie algemeen-menselijke thema's belicht. Veel van zijn gedichten beschrijven een  gestold moment, een kortstondige impressie, die aanleiding vormt tot een bespiegeling over vergankelijkheid, het voorbijgaan van het moment of het scheppingsproces van de dichter. Voor veel lezers en critici weet hij toegankelijkheid, relativering en diepgang te combineren.

Zijn werk werd immens veel vertaald. 

Na een ernstig auto-ongeluk in 2005 trok hij zich grotendeels terug. Interviews gaf hij nog maar weinig en hij trad nauwelijks meer op in het openbaar. In 2008 verscheen zijn laatste dichtbundel.
Hij kreeg heel wat onderscheidingen, eredoctoraten en literaire prijzen. 

Bronnen: Wikipedia, Van Oorschot Uitgeverij

augustus 2021

Alle tijd 

 

Alle tijd nog.  Dacht hij soms. Maar alle tijd
is tijd te weinig voor verlangen, dat zich uitbreidt
in een andere dimensie dan de dagen
en de jaren.  Alle tijd is tijd van vragen

En van twijfelen, van antwoord ook, verzet,
verzameling van alles wat vergaat, het bed
waarin een mens gedijt.  Tijd vloeit en vliedt, en vraagt
niet naar de dorst van land of lucht.  Hij daagt,

Verdaagt, daagt uit.  En plooibaar onverwacht in handen
wordt hij, kneedbaar tot verhalen.  In de panden
waar wij traag ontstaan, is tijd dat wat ons droeg.

‘Alle tijd nog?’ Vraagt hij soms.  En alle tijd
is wat hij maakt en naar zijn hand zet, krijtlijn,
horizon.  Slechts alle tijd  is tijd genoeg.

 

Jos Stroobants

Uit Alle tijd is tijd genoeg  1999

© Diepenbeek.nu 

JOS STROOBANTS (Leuven, 1948) studeerde Sociologie en Wijsbegeerte. Hij was lang actief in het vormingswerk en is verbonden aan de rectorale diensten van de K.U.Leuven.
Hij publiceerde 8 dichtbundels, enkele bloemlezingen en schreef vele  diverse bijdragen in boeken en tijdschriften.
Hij werkte vaak samen met componisten als Vic Nees, Raymond Schroyens, Jan Valach en Kurt Bikkembergs en zijn werk werd meermaals bekroond. Hij is ook uitgebreid actief in theater en wordt gezien als een echte taalvirtuoos.
De verstilde schoonheid van zijn gedichten geeft nu eens rust en grijpt dan weer naar de keel.
Stroobants fraseert zodanig dat de regels hun grootsheid halen uit eenvoud.

Uit DE LEESWOLF

juli 2021

EB

 

Ik trek mij terug en wacht
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedere minuut zet zich in toekomst om.

 

Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door ’t ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt
en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

 

Er is geen tijd.
Of is er niets dan tijd?

 

 

M. Vasalis

uit Vergezichten en gezichten, Van Oorschot - 1954

@ Rob C.Croes/Anefo 

M. VASALIS is het pseudoniem van Margaretha Drooglever Fortuyn -Leenmans, ze was een Nederlandse dichteres en psychiater. (°13/2/1909 - +16/10/98)

'Vasalis' is een latinisering van haar achternaam 'Leenmans'. De 'M' staat niet voor 'Maria' zoals soms ten onrechte wordt gemeld.

Ze groeide op aan de rand van Scheveningen, studeerde geneeskunde en antropologie aan de Rijksuniversiteit Leiden en vestigde zich na haar studie in 1939 als arts in Amsterdam. Later werkte ze als kinderpsychiater in Assen en Groningen. Ze raakte bevriend met J.C. Bloem en vele anderen in de jaren dertig in de 'salon artistique'. In 1939 trouwde ze met de latere hoogleraar neurologie Jan Droogleever Fortuyn.

In 1940 debuteerde ze met de bundel Parken en woestijnen. Andere dichtbundels zijn De vogel Phoenix uit 1947 en Vergezichten en gezichten uit 1954. De drie bundels die tijdens haar leven verschenen, bevatten in totaal slechts zo'n honderd gedichten.  Postuum verscheen in 2002 De oude kustlijn.

Ze schreef traditionele gedichten.  Vaak eindigen haar gedichten, na een reeks natuurindrukken, op een zelfbespiegeling. Daarnaast schreef ze ook enkele essays en een novelle. Haar werk is veelvuldig bekroond, onder meer met de Constantijn Huygensprijs in 1974 en de P.C. Hooft-prijs in 1982.

Men beschreef haar gedichten met: "Een schijnbaar banaal gegeven leidt tot een flits van inzicht".

Bron  Wikipedia

 

juni 2021

Binnen

 

Ze was twaalf en erg gehaast
om oud te zijn als nu, en nu
het zover is, herinnert ze
zich niet wat haar zo naar
de toekomst liet verlangen.
Ze weet alleen nog dat ze in
een opstel over later schreef:
ik word mijn eigen baas en
na een jaar ben ik zo binnen
als een huis. Het valt tegen
wat ze ziet nu ze naar binnen
kijkt vanaf de bank op het
De Coninckplein, en naast de
glasbak wacht tot er een fles
blijft staan waar nog geluk
in zit. Maar voorts is ze haar
eigen baas, als ze de mensen
met haar eigen hand naar
kleingeld vraagt en daarna
op pantoffels die van haar zijn
ergens weer een straat inslaat
en niemand nakijkt, zodat
ook niemand zich hoeft af
te vragen of ze een thuis heeft
waar haar schoenen staan.

 

Bart Moeyaert 

"In 2007 was ik aanwezig op de Nationale Dag van het Verzet  tegen Armoede (zondag 21 oktober), georganiseerd door het Antwerps Platform Generatiearmen (APGA).
Bart Moeyaert sloot de dag af in de Permeke Bibliotheek met dit gedicht. Hij las het voor in de aanwezigheid van heel veel kansarme mensen, die aan zijn lippen hingen… Heel ontroerend, ik zal dat moment nooit vergeten.

Het gedicht kreeg een vaste plek in bibliotheek Permeke aan de inkom in een ontwerp van Gert Dooreman."

 

Irene 

Bart Moeyaert is een Vlaams schrijver en dichter en de jongste van zeven zonen.

Hij studeerde Nederlands, Duits en geschiedenis aan de lerarenopleiding Sint-Thomas in Brussel. Het onderwerp van zijn afstudeerscriptie in 1986 was het oeuvre van Aidan Chambers, een schrijver die de stijl van Moeyaert in belangrijke mate beïnvloed heeft.

In 1987 begon Moeyaert freelance te werken voor het tijdschrift Flair. Hij recenseerde er kinderboeken en vertaalde artikels. Hij schreef ook uitgebreidere stukken, zoals een artikel over

het leven van Astrid Lindgren. In november 1989 ging hij werken voor uitgeverij Averbode, eerst als corrector, later als redacteur voor de kindertijdschriften van de uitgeverij.

In 2014 werd hij aangesteld door de Raad van Bestuur van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) en de Raad van Toezicht van het Nederlands Letterenfonds als intendant van het Gastland Vlaanderen/Nederland op de Frankfurter Buchmesse in 2016.

Moeyaert debuteerde op 19-jarige leeftijd met het autobiografische “Duet met valse noten”, dat bekroond werd als beste boek van het jaar door de Kinder- en Jeugdjury. Daarna verscheen jaarlijks een nieuw boek.

Moeyaert schreef ook gedichten. Op 25 augustus 2003 debuteerde hij met zijn dichtbundel “Verzamel de liefde”. Twee en een half jaar later, op 26 januari 2006, werd hij aangesteld als stadsdichter van Antwerpen. 

© Wikipedia

Moeyaert schreef eveneens enkele toneelstukken en scenario's.Hij ontving heel wat prijzen: o.a. de Boekenwelp, De Boekenuil, de Zilveren Griffel, De Gouden uil, de Astrid Lindgren Memorial Award…

 

Bron Wikipedia.

mei 2021

Tracht de verwonde wereld te bezingen.

 

Tracht de verwonde wereld te bezingen.
Gedenk de lange junidagen,
de wilde aardbeien, de druppels roséwijn.
De brandnetels , die steevast door bannelingen
verlaten panden overgroeiden.

 

Je moet de verwonde wereld bezingen.

Je aanschouwde stijlvolle jachten en schepen:

Eén had een lange reis voor de boeg,

anderen wachtte enkel het zilte niets.

Je zag vluchtelingen op weg naar nergens,

je hoorde de beulen een lied van vreugde zingen.

 

De verwonde wereld hoor je te bezingen.

Gedenk de ogenblikken waarop jullie samen waren

In een witte kamer, het gordijn bewoog.

Keer in gedachten terug naar het concert toen de muziek losbarstte.

In de herfst raapte je eikels in het park

En bladeren dwarrelden over de littekens van de aarde.

 

Bezing de verwonde wereld

en de grijze, door een lijster verloren veer,

en het zachte licht, dat dwaalt en verdwijnt

en weerkeert.

 

 

Adam Zagajewski

 

Vertaling : René Smeets en Kris Van Heukelom

 

HET GEWONE LEVEN

 

Ons leven is gewoon,

zo las ik in een verfrommelde,

op een bank achtergelaten krant.

Ons leven is gewoon,

zo las ik bij de filosofen.

Het gewone leven,
doordeweekse dagen en zorgen,

soms een concert, een gesprek,

een wandeling in de buitenwijken van de stad,

goed nieuws, slecht nieuws –

maar voorwerpen en gedachten

waren nog enigszins onaf,

ontwerpen slechts.

Huizen en bomen

snakten naar iets anders,

En ’s zomers lagen er

groene weiden over de vulkanische planeet

als een mantel over de oceaan.

Zwarte filmzalen snakken naar licht.

Wouden ademen koortsig,

wolken zingen zacht,

een goudmerel smeekt om regen.

Het gewone leven snakt.

 

Adam Zagajewski

Uit : Tracht de verwonde wereld te bezingen

© By Frankie Fouganthin - Own work, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=36719012

De Poolse dichter en essayist Adam Zagajewski (1945-2021) werd geboren in een door oorlog verminkte wereld. Hij groeide op tussen de ruïnes in naoorlogs Polen. De littekens van die oorlog, die herinnerden aan een verdwenen wereld, tekenen zijn oeuvre. De afgelopen vijftig jaar groeide hij uit tot de belangrijkste Poolse dichter.


Zagajewski studeerde filosofie in Krakau, waar hij ook begon met dichten. Hij debuteerde in 1968 en maakte deel uit van een mondige generatie Poolse dichters en kunstenaars die zich tegen het communistische regime verzetten. Zijn eerste bundels brachten hem in problemen met de overheid. In 1982 emigreerde hij naar Parijs.

 

In het begin van zijn carrière was hij nog een sociaal geëngageerde dichter, maar halverwege de jaren zeventig ontdekte hij dat dit hem niet lag. Zijn werk werd geleidelijk ‘meer lyrisch, beschouwend, beschrijvend, bezingend’,

Al in de jaren tachtig werd hij door dichters als de Poolse Czeslaw Milosz en Russische Joseph Brodsky beschouwd als de grootste dichter van zijn generatie. In 2002 keerde hij terug naar Polen, waar hij zich opnieuw vestigde in Krakau. In deze oude universiteitsstad, de poëziehoofdstad van Polen, woonden ook de Poolse Nobelprijswinnaars Czeslaw Milosz en Wyslawa Szymborska tot hun dood.

Zijn bekendste gedicht, Probeer de verminkte wereld te bezingen, kun je volgens de dichter zelf zien als een poëtisch manifest. De dag na de aanslagen van 9/11 drukte de New Yorker het groot af op haar achterpagina, waar normaal gesproken de cartoons staan.

 

Irene

bron: Wikipedia

N.a.v. het overlijden van Adam Zagajewski onlangs liet Klara Johan De Boose over hem aan het woord. De Boose, die zelf schrijver is én een groot Polen-kenner blijkt te zijn, ontmoette en interviewde Zagajewski meermaals. De twee werden bevriend. 

BELUISTER HIER HET INTERVIEW

april 2021

 

Ik weet waarom gekooide vogels zingen   

 

Vrije vogels duiken in een trage windval
en zweven mee omlaag tot die stilvalt,
en dopen hun vleugels in oranje zonnestralen
en durven het zwerk te kiezen.

 

Maar een vogel die drentelt in een krappe kooi
ziet door de tralies van zijn woede zelden iets moois.
Hij is gekortwiekt en zijn pootjes zijn geketend
daarom trekt hij zijn snavel open en zingt.

 

De gekooide vogel zingt met een angstige triller
over onbekende dingen waarnaar hij toch verlangt.
En zijn lied wordt vernomen in de verste bomen
want de gekooide vogel zingt over VRIJHEID

 

Vrije vogels azen op nieuwe vluchten
horen de passaat die de bomen laat zuchten.
Weten op bedauwde gazons verre wormen te vinden
voelen zich thuis midden der winden.

 

Maar een gekooide vogel waakt op het dromengraf
zijn schaduw krijst de nachtmerries van zich af.
Hij is gekortwiekt en zijn pootjes zijn geketend
daarom trekt hij zijn snavel open en zingt.


De gekooide vogel zingt met een angstige triller
over onbekende dingen waarnaar hij toch verlangt
en zijn lied wordt vernomen in de verste bomen
want de gekooide vogel zingt over VRIJHEID.

 


Maya Angelou


Vertaling Gert Jan De Vries

Pseudoniem van  Margueritte Johnson °4 april 1928  +28 mei 2014), was een Amerikaans schrijver, dichter, zanger, danser, burgerrechtenactivist en hoogleraar amerikanistiek.  

Angelou maakte naam met haar eerste roman ‘I know why the caged bird sings, waarin ze haar tumultueuze jeugd beschreef in het gesegregeerde zuiden van Amerika.  Deze bestseller werd verfilmd.  Haar boek ‘Just give me a cool drink of water fore I die’ werd genomineerd voor de Pulitzerprijs.

In 1981 werd ze hoogleraar amerikanistiek. Ze was betrokken bij de Civil Rights Movement, waar ze samen werkte met Martin Luther King en Malcolm X.

Ze sprak meermaals bij officiële gelegenheden van de regering van de Verenigde Staten. Bij de inauguratie van president Clinton las ze op zijn verzoek haar gedicht On the Pulse of Morning voor.

bron Wikipedia

paasgedicht 

PASEN

 

En dan is ze daar
verlegen als een scheut breekt ze
de aarde open
ze steekt haar kop op en stil
staart ze ons aan: hier ben ik.

 

Zo is de liefde
die bedolven door de dood
niet opgeeft.  Ze breekt
het graf van onmacht open
en strekt haar armen naar ons.

 

Kom hier fluistert ze
vertel me jouw verhaal en
geef me jouw broosheid.
Laat me jou omarmen en
leef voor, met en door elkaar.

 

 

 

Jürgen Soetens

 

uit 'Als de stilte spreekt'

maart 2021

Bijna lente,

de vogels zoeken

naar zingen, de bomen naar

begin van groen, de dagen gaan

geluk van zonlicht vermoeden.

 

Soms denk ik: waarom? Maar

leven is blijkbaar altijd moeten

overwinnen van stilstand, behoeden

van al wat dreigt te vergaan.

 

Ook in mezelf.

Weifelend sta ik aan het raam,

kijk onwennig naar de

knoppen in de pruimenboom en het gras,

vooral het gras.
Het is even deemoedig als vastberaden,
even overvloedig als voorzichtig.
Ik wou dat ik zo was.

 

Gabriël Smit

Lente

 

Zo helder, helderder
dan water is de lucht
doorzichtig stil
te dun om te trillen
en helemaal nieuw
nog niets erin
geen stof geen vocht
geen rimpel
overal smelt het
zwelt het glimt het

nu gaan de dingen
weer beginnen
te gebeuren
het eind
van de winter
en juist ook
tintelen stemmen
naar binnen.

 

Judith Herberg

Judith Herzberg is een Joodse, Nederlandse auteur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd ze geïnterneerd met haar familie in Huize De Biezen in Barneveld. Toen de Duitsers het kamp ontruimden om alle Joden op transport te zetten naar Westerbork, wist zij met haar broer en zus te ontsnappen. De rest van de oorlog dook ze onder.  Haar ouders werden vanuit Westerbork naar Bergen-Belsen getransporteerd, maar zijn hier levend uitgekomen.

Herzberg schrijft gedichten, toneelstukken en scenario's voor televisie en film en kreeg heel wat prijzen voor haar werk.

Herzberg is politiek geëngageerd: zo schreef zij een ingezonden gedicht voor de NRC over Taida Pasic, het meisje dat een aantal maanden vóór haar eindexamen door de Nederlandse minister Verdonck teruggestuurd zou worden naar Servië.

Vanaf 1997 siert een dichtregel van haar de gevel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten: "Als ik een mens was en geen steen wenste ik jullie om me heen".

bron: Wikipedia

VALENTIJN 2021

HUISELIJKE AUBADE

 

Nog  en nog en nog,  ben jij mijn liefste.
Dag en nacht en dag ben jij mijn liefste.
tot vervelens toe.

 

Ik hoor je slapen,
ik hoor in de ochtend je slaap zijn ogen opendoen.
Licht loopt op kousenvoeten door de kamer,
gaat de trap af, dekt de tafel met trage ovalen.

 

Gerinkel en koffie beklimmen het traphuis en roepen.
Ik slaap nog wat na in je afdruk,
zink weg in je diepdruk,
verdwijn in die vormvaste leegte.
Ik slaap op de wijze van jou.

 

En het zingt in mijn slaap
en je zingt het me na, ja
nog en nog en nog ben jij mijn liefste
tot vervelens toe
En dag en nacht en dag ben jij mijn liefste.

 

Leonard Nolens

februari 2021

WINTER

 

Daar is de winter
Ik kom uit bed en juich.
De wereld groeide dicht vannacht.
Vol kleine stapje staat de tuin.
gedacht wordt aan een vogel
uit een oud verhaal.

 

Ik zet de sneeuwman voor het raam
waarachter jij te lezen zit.
Ik weet nog niets van poëzie of Roland Holst.
Een winter aan zee is wat ik heel tevreden heb.

 

Nachten lang legt sneeuw zich in mijn hoofd
wanneer ik slaap.
Jij leest en schrijft jezelf naar buiten toe
terwijl je binnen blijft
en mij zo nu en dan een wandeling belooft
die je niet maakt.
Ik zie aan je gezicht
dat deze winter je meer en meer verdicht.

 

Johanna Kruit

Johanna Kruit werd geboren in Zoutelande op 14 december 1940.
Ze heeft een sterke binding met de zee en de duinen, en dat kan je terug vinden in haar gedichten en verhalen. Ook nachtelijke taferelen en dromen zijn vaak een inspiratie.
Zij debuteerde in 1976 met ‘Achter een glimlach’ en schreef nadien nog heel wat poëziebundels en proza.
In 1989 verscheen haar eerste dichtbundel voor de jeugd. Ze spreekt jongeren en kinderen aan door moeilijke levensvragen in eenvoudige woorden weer te geven.
Het ritme speelt in haar gedichten een bijzondere rol.

januari 2021

HUWELIJKSLIEDJE

 

We trouwen dit jaar met de wolken
We dansen dit jaar met de zon.

 

We laten ons niet langer stalken.
De wereld draait door zonder ons.

 

We timmeren dromen uit dorpen
Waar haast in zijn hemd is gezet.

 

Gebruiken wat weg is geworpen:
een stoel en een tafel, een bed.

 

We trouwen dit jaar met de wolken.
We dansen dit jaar met de zon.

 

We blijven met branie vertolken
De passie van toen het begon.

 

We scheren laag boven de daken.
We nestelen ons hoog in de nok.

 

Geen hond hoeft het erf te bewaken.
Er zit toch geen geld in de sok.

 

We trouwen dit jaar met de wolken.
We dansen dit jaar met de zon.

 

We smelten geweren en dolken.
We hijsen de witte japon.

 

 

Peter Theunynck

Ik koos voor januari, nieuwjaarsmaand, een gedicht van Peter Theunynck.

 

Peter kreeg heel wat prijzen voor zijn poëzie. Hij schreef de biografie van Karel van den Woestijne, waarvoor hij ook een prijs kreeg. In 2016 schreef hij een roman.

 

Peter woont in het Antwerpse Zurenborg en is een warme, lieve man. Hij werd vorig jaar uitgenodigd voor een lezing in de Academie van Beveren. Hij is een supporter van De Passanten.

 

Irene

Peter Theunynck  is freelance tekstschrijver, vertaler en auteur. Sinds januari 2020 is hij vast secretaris van de KANTL (Koninklijke Academie voor Taal en Letteren).

Als dichter debuteerde hij met Berichten van de Pan American Airlines & C° (1997), een bundel die genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn gedichten werden herhaaldelijk bekroond: Poëzieprijs van de provincie Antwerpen, Guido Gezelleprijs van de Vlaamse Academie, Gerard Michielsprijs.

In 2010 verscheen zijn biografie van Karel van de Woestijne, genomineerd voor de AKO-literatuurprijs en bekroond met de Essayprijs van de provincie Antwerpen. Het boek was ook zijn doctoraal proefschrift (KULEUVEN).

In 2013 was hij vrije stadsdichter van Brugge.

In 2016 verscheen zijn eerste graphic novel, Nel. Een zot geweld, een samenwerking met Lies Van Gasse. In datzelfde jaar debuteerde hij als romanschrijver met De Slembroucks.

Recentste boeken

  • Theunynck Peter (2016), Nel. Een zot geweld (i.s.m. Lies Van Gasse). Amsterdam:   Wereldbibliotheek. (graphic novel)
  • Theunynck Peter (2016), De Slembroucks. Amsterdam: Wereldbibliotheek. (roman)
  • Theunynck Peter (2018), Tijdrijder. Amsterdam: Wereldbibliotheek. (poëzie)
  • Theunynck Peter (2018), Oma is kwijt. Amsterdam: Wereldbibliotheek (kinderboek)

geplukt uit zijn blog.

 

Geïnteresseerd? HIER kan u hem volgen. 

Voor een meer uitgebreide bibliografie, klik HIER.

december 2020

IK MOCHT KIEZEN

 

Ik mocht kiezen.
Ik wist het niet.
Ik koos de vrede.

De waarheid en de schoonheid,
ik liet ze gaan,
en ook de wijsheid en de weemoed -
zelfs de liefde
die zo verwonderd naar mij keek,
zwarte wolken dreven met haar mee.

Vrede, het was vrede.
En in de verste uithoeken van mijn ziel
dansten wezens
waarvan ik zelfs nog nooit had gehoord!

En in de hemel hing een andere zon.

 

Toon Tellegen

uit  ‘Een dansschool’ 1992

Geen ‘klassiek’ kerstgedicht, ik koos voor een gedicht van Toon Tellegen met VREDE als grote waarde. Aandacht voor vrede en hoop op vrede is vooral in deze Kersttijd belangrijk.

Toon Tellegen °1941 was huisarts en schrijver. Hij schreef kinderboeken, proza, toneel, filmscenario’s en poëzie, meestal met een filosofisch inslag. Hij kreeg, terecht, veel prijzen voor zijn werk.

Irene

Dieren kunnen niet praten, zelfs kinderen weten dat. Als ze toch praten, is er meer aan de hand. Tellegen schreef de verhalen voor zijn dochter, iedere avond voor het slapengaan kreeg ze er eentje te horen. Ondertussen kennen we ze allemaal: de mier en de eekhoorn en al die andere bosbewoners uit de dierenwereld die Tellegen schetst. Ze praten, voeren gesprekken, en hoe. 

Het klinkt eenvoudig, amusant, bizar soms en de filosofische ondertoon is nooit ver weg. Het is wellicht de belangrijkste reden waarom zijn dierenverhalen ook hun weg vinden naar volwassene, en niet alleen kinderen bekoren.

In 2007 kreeg Toon Tellegen de Constantijn Huygensprijs voor al zijn boeken, verhalen en gedichten.

 

Tijd en zin om uw Toon Tellegenkennis wat op te frissen?

Lees HIER de verhalen uit de bundel 'Langzaam, zo snel ze konden' met prenten van Mance Post 

© Patricia De Groot

november 2020

GEDICHT VAN HET LIED VAN DE HOOP

 

Geef mij lelies,
lelies en rozen eveneens.
maar heb je geen lelies, noch rozen als geschenk,
heb dan althans de wil om mij lelies te geven
en eveneens de rozen.

Je wil is mij genoeg, als je die hebt,
de wil om mij lelies te geven
en rozen eveneens,
en ik zal lelies hebben -
de allermooiste lelies-  en ook de mooiste rozen

Zonder iets te krijgen, tenzij het geschenk
dat niets is dan jouw WIL
om mij lelies te geven en rozen eveneens

 

Fernando Pessoa

Uit In ons leven tallozen

Een prachtig gedicht, een hunkering naar een geschenk…. Niet het concrete geschenk is belangrijk, de Wil op zich is voldoende als geschenk.

Irene 

Een gedicht van Fernando Pessoa, één van de belangrijkste Portugese dichters.
Tijdens zijn leven publiceerde hij slechts enkele gedichten.  Na zijn dood, op 47 jarige leeftijd, werd een kist gevonden met 27 duizend volgekrabbelde papiertjes. 
Hij schreef onder de naam Pessoa, maar had ook tientallen ‘heteroniemen,’ afzonderlijke schrijverspersoonlijkheden, met elk een eigen stijl.

Vertel anderen over ons.